Pannenkoeken eten

..... Cato pakt de schijf. Wolf pakt een stokje van de grond en begint: ‘Hocus pocus, pilatus .. ‘ Maar dan: ‘Wa!’ gilt Cato......

2/11/2026

Ze hebben vandaag bij Cato thuis geoefend. Steeds opnieuw belden ze aan. In de hal. Bij de deur naar de woonkamer. ‘Trinnnnnng!’ riep Wolf dan. En Cato riep ‘Dingdong!’ En dan deden vader en moeder om beurten open. ‘O, kijk eens,’ zeiden ze dan. En dan zongen ze samen van ‘Elf november…’ of ‘Sinte-sinte Maarten…’ Als ze klaar waren mochten ze een snoepje pakken. Niet voor echt. Maar voor nep. Want ze zouden vanavond al veel snoep ophalen. ‘En dit snoep is voor de kinderen die hier aanbellen,’ zei moeder. Ze moeten eerst nog avondeten. Maar Wolf en Cato willen al zo graag lopen. Ze zijn zo ongeduldig. Wippend werken ze hun pasta naar binnen. Ze hebben nog nooit zo snel gegeten. Eindelijk daar gaan ze dan. Ze gaan eerst naar Wolfs huis. Vader doet open. ‘Ah daar zijn jullie,’ zegt hij. Ze zingen hard. En als ze klaar zijn vraagt Wolf: ‘Mogen we nu snoep?’ Maar vader legt uit: ‘Dat moet je niet vragen. Je zingt eerst. En dan krijg je nog een complimentje. En dan pas kun je wat pakken. En altijd bedanken.’ Ze mogen allebei iets kiezen uit een grote kom. En dan rennen ze naar het volgende huis. Na het zingen zegt de buurvrouw ‘Och, wat mooi. En wat een mooie lampionnen hebben jullie.’ Pas daarna pakken Wolf en Cato een snoepje. ‘En wat zeggen we dan?’ vraagt moeder als ze weer weg willen rennen. ‘Dank u wel!’ En dan gaan ze weer door. ‘Kijk, dit huis doet ook mee,’ zegt moeder, ‘bel hier maar aan.’ Er staan lichten langs het pad en kaarsen bij de voordeur. Weer zingen ze hard. Zo gaat het de hele tijd goed. Soms beginnen ze allebei een ander liedje. Of vergeten ze te bedanken, of te wachten op het complimentje. Maar moeder helpt ze steeds. Zo gaan ze de hele straat door. ‘De tassen zijn al heel vol hè?’ roept Cato. En dat klopt. Als ze allebei beginnen te gapen zijn ze gelukkig weer thuis. Ze kieperen hun tas leeg op de vloer. Glunderend kijken ze naar hun voorraad. Er liggen chocoladereepjes. En zakjes met beertjes en kersen. En losse verpakte snoepjes. Ook hebben ze ieder vijf mandarijnen. Moeder zegt dat ze nu een snoepje mogen uitkiezen. Want ze rest gaat in de trommel. Ze protesteren niet. Ze zijn te moe. Gapend eten ze hun snoepje op. ‘En dan nu maar naar bed. En maar extra goed die tandjes poetsen!’ zegt moeder. En dat doen ze.